HOME

 NIEUWS
Nieuws
Agenda
Nieuwsbrieven

 ZOEKEN
Archievenoverzicht
Zoeken in archieven
Kranten
Beeldbank
Bibliotheek

 ORGANISATIE
Adresgegevens
Werkgebied
Bestuur, medewerkers
Beleidsstukken
Jaarstukken

 DIENSTVERLENING
Reserveren stukken

 LOKALE HISTORIE

 KROMME RIJN
   SYMPOSIUM


 VRIEND WORDEN?

 LINKS




Everdingen



vorige

 



volgende
Naam
De oudste vermelding van Everdingen dateert van ongeveer 1215, als Euerdinge. De naamsuitgang -dingen wijst op een oude naam. Het is daardoor niet onmogelijk dat de nederzetting al eeuwen daarvoor bestond. Indien zo, dan behoort Everdingen tot de groep van oudste nederzettingen in de omgeving. De naam is afgeleid van de Germaanse mannennaam Everdei. De nederzetting is ontstaan op de zuidelijke oeverwal van de Lek; duidelijke sporen van een oude ontginning ontbreken echter. Wel is er ten zuidoosten van de dorpskom tot in de twintigste eeuw akkerbouw gepleegd. Deze gronden zijn waarschijnlijk de oudste stukken in cultuur gebracht land.

Heren en kasteel
Er was een geslacht dat zich naar het dorpje heeft vernoemd. Deze heren Van Everdingen zijn verwant aan de Van Beusinchems, die veel bezittingen hadden in deze streek waaronder ook Everdingen. De eerste heer met de naam Van Everdingen is Huibert, die genoemd wordt in 1259. Bekend is dat er een kasteel is geweest, genaamd Everstein. Het is echter tot op heden niet zeker waar deze versterking is gebouwd. Men vermoedt in de uiterwaarden, ergens in de buurt van Lekdijk 53. Het gebruik van de modieuze uitgang stein doet vermoeden dat het kasteel, net als kasteel Hagestein, in de eerste helft van de dertiende eeuw is ontstaan, dus parallel aan de opkomst van het geslacht Van Everdingen. Het slot werd twee maal vernietigd: eerst in 1304 en definitief in 1405 tijdens de Arkelse oorlogen. De verwoestingen waren het gevolg van de continu opborrelende machtsstrijd over dit gebied waar het Sticht, Holland en Gelre elkaar raken. Het geslacht Van Everdingen lijkt na de eerste verwoesting al snel uitgespeeld te zijn en het goed komt in handen van de heren van Culemborg, eveneens een tak ontsproten aan van de Van Beusinchems.

Parochie
In de ontginning Autena ten westen van Everdingen stond een parochiekerk die vermoedelijk in 1173 werd getroffen door een overstroming. De bouw van een kapel in Everdingen nam de functie van deze kerk over. Voor de bouw werd gebruik gemaakt van materiaal van de vernielde kerk. Tussen 1259 en 1267 werd de Everdingse kapel parochiekerk en in 1294 werd de parochie van de ontginning Autena definitief opgeheven en ondergebracht in Everdingen. Huibert van Everdingen sticht een vicarie in 1282 in de kerk van Everdingen. In 1498 ging de kerk in vlammen op, maar hij werd spoedig herbouwd. In 1810 stortte een deel van de kerk in en werd alleen nog het koor gebruikt. De toren werd in gedeeltes gesloopt. Voor het overwegend katholieke deel van de bevolking werd in 1802 een schuurkerk gebouwd en in 1876 een ‘echte’ kerk, die al in 1899 werd vervangen door nieuwbouw.

Bebouwing
De meeste bebouwing is geconcentreerd aan de voet van de Lekdijk. In de kom ligt ook een kweldam. De bescheiden omvang neemt begin twintigste eeuw toe door verdichting in de kom. Na de Tweede Wereldoorlog vindt de aanleg van nieuwe woonwijken plaats. Buiten de kom is slechts verspreide bebouwing.
Eén bouwwerk is het apart vermelden waard, te weten het Fort van Everdingen. Dit fort is als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in de periode 1842-1847 als torenfort gebouwd en sloot samen met fort Honswijk aan de overkant van de rivier de Lek de hoger gelegen dijken af. Tevens diende het fort ter verdediging van de naastgelegen inundatiewerken. In 1873-1877 werd het fort verbeterd en aangepast.

Water
Wanneer de lager gelegen gronden rondom Everdingen, Hagestein en Vianen in cultuur zijn gebracht, mede dankzij de aanleg van kaden langs de rivier de Lek, wordt de natuurlijke afwatering steeds moeilijker als gevolg van ingeklonken land en het stijgende peil van de rivier. Samenwerking is geboden en een paar interregionale maatregelen in 1247 en 1269 lijken soelaas te bieden, totdat Floris V van Holland vanaf 1277 de Alblasserwaard laat bedijken. De afwatering naar de lager gelegen Alblasserwaard is dan niet meer mogelijk. Om deze zaak op te lossen, komen de heren van wat nu de Vijfherenlanden heet bijeen in de kerk van Everdingen op 11 april 1284. Zij sluiten een overeenkomst om de afwatering in hun gebied te regelen en maken basale afspraken over onderhoud en toezicht op de dijken. Deze unie is vooral van belang voor Everdingen omdat het belangrijkste onderdeel het graven van een kanaal is: de Huibert, genoemd naar toenmalige de heer van Everdingen. Tegen waterlast uit Gelderland werd op de oostgrens van Everdingen de Diefdijk opgeworpen. Vanuit de Diefdijk werd later de ontginning Zijderveld ondernomen. De bewaarde oorkonde bevat één van de oudste oorkondeteksten die in het Nederlands is gesteld.
Was de sluiting van de unie en de beteugeling van het water voor Huibert van Everdingen één van zijn mooiste momenten, voor zijn zoon Huibert werd het water noodlottig. Hij behoorde tot de groep die verantwoordelijk werd gehouden voor de moord op Floris V. In de nasleep van deze aanslag die gepaard ging met veel oorlogsgeweld, vluchtte hij met zijn strijdmakkers in 1304 vanuit Utrecht naar de Lek. Na de oversteek werden ze opgewacht door een leger van de heer van Culemborg, Jan van Beusichem. Hij dreef ze terug de Lek op alwaar de paniekerende vluchtelingen de boot deden kapseizen en de opvarenden omkwamen, waaronder dus Huibert. Het kasteel Everstein werd kort daarna met de grond gelijk gemaakt.